Winning van water: grondwater versus oppervlaktewater
Leidingwater is drinkwater dat door de drinkwaterbedrijven via een net van leidingen aan de verbruikers geleverd wordt. Bij ons gebeurt het zelden dat men het water, zoals het in de natuur voorkomt, zomaar in het distributienet kan brengen. Meestal is er een zekere behandeling nodig. De drinkwaterproducenten kiezen bij voorkeur bronnen van een zo goed mogelijke kwaliteit. Zo worden de behandelingskosten tot een minimum beperkt.
Leidingwater wordt gewonnen uit grondwater of oppervlaktewater. Elk heeft zo haar specifieke eigenschappen en vereist een aangepaste techniek.
Grondwater
Grondwater is water dat in de ondergrond is doorgedrongen. Op een bepaalde plaats heeft grondwater uit diepe lagen bijna steeds dezelfde samenstelling. Het is vrij van chemische en bacteriologische vervuiling en is van een uitmuntende kwaliteit. Dat is minder het geval met ondiep grondwater omdat de kans bestaat dat er scheikundige stoffen of bacteriën in doordringen.
Grondwater wordt voor de drinkwaterproductie "gewonnen" op meerdere wijzen:
• bronnen brengen het op natuurlijke wijze weer aan de oppervlakte;
• uit grondwaterlagen wordt het langs galerijen opgevangen;
• putten worden tot op grote diepte geboord vanwaar het wordt opgepompt;
• oppomping kan ook gebeuren uit oude mijnschachten.
Meestal bevat grondwater geen opgeloste zuurstof. Het is ook mogelijk dat er stoffen inzitten die we liever niet hebben, zoals koolzuurgas, ijzer, mangaan, ammonium of humuszuren en in zeldzame gevallen te veel nitraat of gewasbeschermingsmiddelen (pesticiden).
De drinkwaterbedrijven lossen waar nodig die problemen op:
• Zij beluchten het water om zuurstof in te brengen en koolzuurgas uit te drijven.
• Met zandfiltratie verwijderen zij ijzer, mangaan en eventueel ammonium.
• Om de bacteriologische kwaliteit tijdens het transport naar de verbruiker te beschermen wordt het water ontsmet.
• De verwijdering van nitraat vergt speciale behandelingstechnieken, terwijl actieve kool het water van pesticiden zuivert.
Grondwater voor drinkwaterproductie wordt oa. gebruikt bij PIDPA.
Oppervlaktewater
AWW gebruikt oppervlaktewater voor de productie van haar drinkwater. Meer bepaald water uit de rivier de Maas dat via het Albertkanaal aangevoerd wordt.
Oppervlaktewater vindt men in rivieren, kanalen, beken, meren, spaarbekkens en stuwmeren.
In oppervlaktewater zit altijd opgeloste zuurstof, maar de samenstelling van dat water verandert voortdurend. Het bevat slib en algen, organische stoffen die reuk- en smaakproblemen geven en bacteriën.
De drinkwaterbedrijven hebben met oppervlaktewater dus veel meer werk om er leidingwater van te maken. Voor de behandeling van oppervlaktewater kunnen de drinkwaterbedrijven ondermeer de volgende stappen zetten:
• Zij stockeren het in spaarbekkens en stuwmeren en laten de natuur een tijdje haar zelfzuiverend werk doen.
• In het water worden vlokken gevormd waarop zich heel wat zwevende stoffen, organisch materiaal en bacteriën vastzetten. Door het verwijderen van de vlokken uit het water, verdwijnt ook dit vuil.
• In de zandfilters worden de overblijvende vlokken en eventueel ammonium verwijderd.
• Ozon ontsmet het water en breekt organische stoffen af.
• Het water vloeit vervolgens door een bed van actieve kool. Sporen van organische vervuiling, zoals van pesticiden, hechten zich aan de actieve kool vast. Tegelijk wordt ook een belangrijk zuiveringseffect bereikt op het vlak van hinderlijke stoffen die de smaak en de reuk van het water beïnvloeden.
• Tenslotte wordt het water nog eens ontsmet om de resterende bacteriën te doden en het te beschermen in de leidingen.
Het is dan klaar voor distributie aan de klanten.