Hoe maken wij water?
Opvangen
Het oppervlaktewater dat AWW zal zuiveren wordt binnengehaald uit het Albertkanaal via een watervang. Na een grondige controle op de kwaliteit wordt dit "ruwwater" naar het waterproductiecentrum doorgestuurd om verwerkt te worden tot drinkwater.
Watervang
Vanaf 1881 tot 1955 werd voor de drinkwaterproductie van de Antwerpse agglomeratie gebruik gemaakt van Netewater, dat eerst te Rumst en later te Duffel werd ingenomen. Omwille van kwalitatieve en kwantitatieve overwegingen werd sinds 1955 overgeschakeld op Maaswater. De Maas voedt inderdaad het Albertkanaal en een aftakking hiervan, het Netekanaal. En het is precies op deze kanalen dat wij het ruwwater aftappen dat in beide productiecentra, Zuiderproductie (gemeenten Duffel en Rumst) en Noorderproductie (gemeente Ranst), tot drinkwater wordt verwerkt.
De kwaliteit van het ruwe water wordt permanent bewaakt vanuit het Meetstation Grobbendonk, voldoende stroomopwaarts gelegen om tijdig te kunnen ingrijpen in geval van verontreiniging.
Aan de watervang zelf wordt het inkomende water constant bewaakt door volautomatische staalname-systemen en door observatie van het gedrag van een aantal regenboogforellen
Spaarbekkens
Spaarbekkens Lier-Duffel: Vanaf de watervang op het Netekanaal te Lier stroomt het water met de zwaartekracht via 5 opeenvolgende zelfzuiveringsbekkens naar de Zuiderproductie in Duffel. Het water is hierbij verscheidene dagen onderweg, waardoor het reeds een eerste kwaliteitsverbetering ondergaat. Deze bekkens vormen tevens een onderdeel (1 miljoen m³ beschikbaar) van de totale veiligheidsreserve. Vanuit het laatste bekken worden twee afzonderlijke productie-eenheden gevoed.
Spaarbekken Broechem: Het ruwe water wordt betrokken uit het Albertkanaal. Het spaarbekken gelegen langs de linkeroever bestaat uit een controlebekken (verblijftijd ± 1 dag) en het eigenlijke spaarbekken met een nuttige inhoud van 4,5 miljoen m³. Het water stroomt met de zwaartekracht naar de Noorderproductie, gelegen op de rechteroever te Oelegem, ongeveer 3 km stroomafwaarts. In het Productiecentrum Oelegem wordt het water behandeld in twee afzonderlijke productie-eenheden, elk vergelijkbaar met deze van de Zuiderproductie.
Spaarbekken Eekhoven: Gelegen op de grens tussen Duffel en Rumst, met een nuttige inhoud van 2 miljoen m³ is dit geen ruwwaterbekken maar bevat voorbehandeld water van de snelle zandfilters in Notmeir. Het water dat in dit spaarbekken wordt gepompt loopt daarna door zwaartekracht naar de langzame zandfilters te Rumst.
AWW heeft twee productiecentra met een nagenoeg gelijkaardig zuiveringsprocédé:
Zuiderproductie: watervang in Lier en verdere verwerking te Duffel-Rumst
Noorderproductie: watervang te Broechem en verdere verwerking te Oelegem
Elk van die productiecentra heeft twee productie-eenheden:
De klassieke zuivering: het oorspronkelijke procédé, met een doorlooptijd van ong. 40 uur, omvat achtereenvolgens beluchting, snelle zandfiltratie, langzame zandfiltratie en actieve koolfiltratie.
De snelle zuivering: is een nieuwer procédé en duurt slechts 2 uur, het omvat achtereenvolgens flotatie, oxidatie, dubbellaagsfiltratie en actieve koolfiltratie.
pH-correctie van basisch naar neutraal (en terug):
Voor de eerste zuiveringstrap wordt een pH-correctie toegepast met zuur om een optimale filtratie te bekomen (van het basische ruwwater wordt neutraal water gemaakt).
Na de zuivering tot drinkwater wordt dit procédé omgekeerd uitgevoerd: nog voor de opslag in de reinwaterkelders wordt een veiligheidschlorering toegepast evenals een pH-correctie in de andere richting (van neutraal terug naar licht basisch), teneinde geen kalkagressief water door de leidingen te sturen (om roestvorming in de leidingen te vermijden).
Chloordesinfectie:
Vooraleer het gezuiverde water in het drinkwaternet wordt gepompt, wordt het gedesinfecteerd. Bijvoorbeeld door het toevoegen van natriumhypochloriet (NaOCl), beter bekend als chloor of javel. Het gaat hier om een minimale veiligheidschlorering en hierdoor worden de nog aanwezige mico-organismen vernietigd.
Het gedesinfecteerde water wordt daarna opgeslagen in de reinwaterkelders .
Tot voor enkele jaren was deze desinfectiemethode de enige toegepaste. Nadeel van chloor is echter haar typische geur. Vandaar dat er voortdurend gezocht wordt naar nieuwe methoden. Desinfectie van het drinkwater kan nu eveneens gebeuren door een behandeling met ultravioletstralen (UV).
Reinwaterkelders:
Dagelijks leveren wij enorme hoeveelheden drinkwater aan onze klanten. Die hoeveelheid water houdt niet altijd gelijke pas met onze productie, en bovendien moeten wij ook voorbereid zijn op een plotse toename van de vraag naar water (bij zware branden kan de brandweer vragen om de druk op de leidingen te verhogen, of zelfs in de pauze van een belangrijke voetbalwedstrijd als er een piekverbruik optreedt wanneer iedereen tegelijkertijd een plaspauze inlast).
Op momenten dat de afname van de verbruikers zeer laag is, tijdens de nacht bijvoorbeeld, wordt het water tijdelijk opgeslagen in onze reinwaterkelders. Dat zijn grote reservoirs waar het drinkwater veilig kan verblijven tot het door hogedrukpompen in het distributienet gepompt wordt.
Een aanzienlijke hoeveelheid wordt ook rechtstreeks in het distributienet gepompt.
Pompstation:
Het Hoofdpompstation Luithagen (Mortsel) ontvangt water vanuit de reinwaterkelders in Walem door middel van de transportpompen opgesteld in de Zuiderproductie te Rumst.
Het pompstation Luithagen beschikt over reinwaterkelders met een totale inhoud van 50 000 m³. Deze inhoud maakt het mogelijk het debiet vanuit Rumst zo gelijkmatig mogelijk over 24 uren te verdelen.
Bovendien wordt in Luithagen een veiligheidschlorering met natriumhypochloriet (NaOCl) toegepast, om de bacteriologische waterkwaliteit in het distributienet te verzekeren.
Het Hoofdpompstation Luithagen heeft als opdracht de in het distributienet optredende variaties in de afname te volgen, waarbij de beschikbare druk constant op 3,1 bar behouden wordt. Als referentiepunt voor de controle van de druk in het distributienet koos men ons kantoor op de Mechelse Steenweg 64 te 2018 Antwerpen.
Kwaliteitscontrole:
De kwaliteit van ons water wordt dagelijks gecontroleerd. Dit gebeurt onder meer door staalnames over het gehele verzorgingsgebied, zowel van het ruwwater als van het eindproduct. Deze stalen worden onderzocht in ons erkend laboratorium.
Drinkwater is terecht één van de meest gecontroleerde voedingsmiddelen. Om een hoogstaande kwaliteit te kunnen garanderen, moet het drinkwater aan niet minder dan 67 parameters voldoen. Globaal kunnen we drie grote groepen van parameters onderscheiden:
- microbiologische parameters die verband houden met hygiëne (bv. aantal kiemen)
- comfortparameters die inspelen op een aantal criteria, voorgedragen door de verbruikers (vb. hardheid van het water)
- operationele parameters die verwijzen naar en verband houden met de technische bedrijfsvoering, productie en distributie (bv. ijzergehalte)
De specifieke voorwaarden zijn vastgelegd in verschillende Europese,