Oppervlaktewater als bron voor drinkwater
Het water dat door AWW geleverd wordt is oppervlaktewater, gewonnen uit het Albertkanaal en het Netekanaal, dat daarvan aftakt. De kwaliteit van dit water behoort tot de beste in Vlaanderen. Het wordt uitgebreid gecontroleerd en de evolutie over langere termijn opgevolgd, zodat tijdig aan de alarmbel kan worden getrokken als één en ander in een ongunstige zin zou evolueren.
Het Albertkanaal wordt in Luik en via de Kempense Kanalen in Maastricht gevoed met Maaswater. De kwaliteit van dit water is de jongste decennia sterk verbeterd, onder meer door sanering van lozingen of het verdwijnen van zware industrie in industriegebieden in Frankrijk, rond Charleroi en rond Luik. In de kanalen tussen Luik en Antwerpen verdwijnen die verontreinigingen grotendeels dank zij de lange verblijftijd: gemiddeld doet het Maaswater er anderhalve maand over om het voorlaatste pand van het Albertkanaal te bereiken, waar de waterwinning plaats heeft. Bovendien heeft de bestemming van de kanalen als bron voor de drinkwatervoorziening, een bescherming tot gevolg tegen bijkomende verontreinigingen. Directe lozingen zijn er dan ook nauwelijks. Waarschuwingsborden werden geplaatst om ook de schipperij te betrekken bij deze bescherming.
Spaarbekkens (Broechem en Eekhoven) werden aangelegd om periodes van verontreiniging of watertekort te kunnen opvangen zodat de continuïteit van de drinkwatervoorziening niet in het gedrang komt.
Vanaf 1881 tot 1955 werd voor de drinkwaterproductie van de Antwerpse agglomeratie gebruik gemaakt van Netewater, dat eerst te Rumst en later te Duffel werd ingenomen. Omwille van kwalitatieve en kwantitatieve overwegingen werd sinds 1955 overgeschakeld op Maaswater. De Maas voedt inderdaad het Albertkanaal en een aftakking hiervan, het Netekanaal. En het is precies op deze kanalen dat uw watermaatschappij het ruwwater aftapt dat in de productiecentra, Zuiderproductie (gemeenten Duffel en Rumst) en Noorderproductie (gemeente Ranst), tot drinkwater wordt verwerkt.
De kwaliteit van het ruwe water wordt permanent bewaakt vanuit het Meetstation Grobbendonk, voldoende stroomopwaarts gelegen om tijdig te kunnen ingrijpen.
Aan de watervang zelf wordt het inkomende water constant bewaakt door volautomatische staalname-systemen en door het gedrag van een aantal regenboogforellen te observeren.
Het productieproces omvat verschillende zuiveringsstappen die er op gericht zijn om ongewenste stoffen en micro-organismen tegen te houden. Deze processen worden niet alleen continu bewaakt, maar bovendien wordt onderzoek verricht om ze voortdurend te verbeteren.