Waterschaarste
Wanneer wij onze aarde bekijken vanuit de ruimte, zien wij een 'blauwe planeet'. 70 % van het aardoppervlak is immers bedekt met water. Als de aarde helemaal vlak zou zijn, dan was ze één zee, 3.700 meter diep. Een onuitputtelijke bron, zo lijkt het. Maar 97 % van het 1,4 miljard kubieke kilometer aanwezige water is zeewater, en meer dan 2 % is ijs. Wat overblijft, bevindt zich ofwel op grote diepte, of is sterk vervuild. Dit betekent dat slechts 0,003 % onmiddellijk geschikt is om te worden gebruikt voor de drinkwatervoorziening.
Het lijkt dan ook logisch dat deze grondstof naar waarde zou worden geschat, beschermd en veiliggesteld voor de volgende generaties. Toch gebeurt dit niet voldoende. Water wordt nog steeds verspild, verontreinigd en 'misbruikt'. Met als gevolg een dreigende mondiale waterschaarste. Recente prognoses duiden erop dat tegen 2025 meer dan vijftig landen, met samen drie miljard mensen, met waterschaarste zullen worden geconfronteerd, dit ten gevolge van een stijging van de vraag naar water met 650 %.
Wij leven vandaag dankzij de aanwezigheid van water. Al het leven op onze planeet is immers in het water ontstaan. Het belang van deze natuurlijke grondstof neemt nog steeds toe: de aanwezigheid van (drinkbaar) water bepaalt immers mee de sociale en culturele structuur en het ontwikkelingsniveau van een land. Vaak is water een machtsinstrument, een wapen, dat de economische kracht en politieke verhoudingen binnen een groep landen, een regio of een continent mee bepaalt.
Indien we met ons allen de huidige ingeslagen weg blijven volgen, zullen we in de toekomst niet meer kunnen beschikken over voldoende drinkbaar water. Acties dienen dus ondernomen te worden. Maar laat ons eerst beginnen bij het begin, en kijken naar de oorzaken van dit probleem.
De 5 oorzaken van waterschaarste.
1. Waterschaarste
De laatste jaren groeit de vrees voor een mogelijke verdroging of uitputting van onze watervoorraden. Op wereldvlak wordt water echter niet schaars. Als gevolg van natuurlijke verschijnselen of door de tussenkomst van de mens, is de waterschaarste steeds plaats- en tijdsgebonden. De mate waarin water wordt verbruikt en de mate waarin bestaande watervoorraden zich tezelfdertijd kunnen aanvullen, zijn hierbij de twee basisparameters.
Bij het winnen van water was tot dusver de lage productiekost een belangrijk criterium. Deze economische benadering had en heeft echter verregaande gevolgen: de makkelijkst te bereiken en te gebruiken watervoorraden zijn al te intensief aangesproken en uitgeput. In sommige regio's het grondwaterniveau drastisch gedaald, met als gevolg infiltratie van zeewater en een onvoldoende aanvulling van de nog dieper gelegen grondwaterlagen. Deze evolutie verplicht ons nu op zoek te gaan naar diepere of meer verontreinigde watervoorraden, die de kosten van productie doen stijgen. Vooral in de ontwikkelingslanden wordt hierdoor een extra hypotheek gelegd op een gecontroleerd en toekomstgericht waterbeheer.
2. Bevolkingsgroei
De groeiende wereldbevolking legt een bijkomende druk op de watervoorraden; niet alleen door het stijgend waterverbruik maar ook door de bijhorende ecologische verschijnselen. Tussen 1940 en 1990 groeide de wereldbevolking aan met meer dan 100 %; van 2,3 miljard naar 5,3 miljard. Tegelijk verdubbelde het waterverbruik per persoon. Deze twee elementen hebben tot gevolg dat in een tijdsspanne van een halve eeuw het globale waterverbruik verviervoudigde.
Op dit moment kampen reeds 80 landen, die 40 procent van de wereldbevolking vertegenwoordigen, met watertekorten. In de nabije toekomst worden in dit kader ernstige problemen verwacht in grote delen van Afrika en het Midden-Oosten, Noord-China, delen van India en Mexico, het westen van de Verenigde Staten, het noordoosten van Brazilië, en de Centraal-Aziatische landen die vroeger deel uitmaakten van het Oostblok. Een stijgende bevolking betekent ook een verhoogde voedsel- en brandstofproductie. Op haar beurt brengt deze verhoogde productie dan weer een stijgende vervuiling met zich mee, door het gebruik van pesticiden , en door een hogere graad van bemesting en ontbossing. Onvermijdelijk oefent dit alles een belangrijke negatieve invloed uit op de natuurlijke watercyclus. Bovendien wordt hiermee het probleem van de afvalwaterzuivering verscherpt.
3. Het 'broeikas-effect'
De concrete gevolgen van de geleidelijke opwarming (door de uitstoot van CO 2 ) van onze planeet zijn onmogelijk helemaal te voorzien. Implicaties voor de bestaande ecosystemen zijn echter onvermijdelijk. Het klimaat verandert en wijzigt de bestaande weersomstandigheden. De gevolgen hiervan kunnen drastisch zijn: droogte, overstromingen, enz. Het beheer van de lokale watervoorraden en het beheer van de watersystemen moeten, met het oog op overleving, grondig en dringend aangepast worden aan de nieuwe omstandigheden.
4. Vervuiling
De druk op de bestaande watervoorraden is groot; niet in het minst door de toenemende vervuiling. Deze heeft vele oorzaken: residu's van industrie en landbouw, onvoldoende of afwezige afvalwaterbehandelingsinstallaties. De cijfers hieromtrent zijn onthutsend: de helft van de wereldbevolking heeft te kampen met ziekten, die rechtstreeks of onrechtstreeks te wijten zijn aan het gebruiken van vervuild water. Deze ziekten doden elk jaar 5 miljoen mensen, onder wie 4 op 5 kinderen in de ontwikkelingslanden.
Tevens leidt deze vervuiling automatisch tot een duurdere drinkwaterbehandeling. Dit betekent dat in de minder ontwikkelde landen geen (directe) oplossingen mogelijk zijn. Het gebruik van het (weinige) bruikbare water wordt dan ook verder beperkt tot de begoede klasse. De enige oplossing voor deze problematiek ligt in het voeren van een voorkomingsbeleid, eerder dan in het zoeken naar andere en nieuwe behandelingsvormen.
5. Onoordeelkundig of verkeerd gebruik.
Ondanks veelvuldige campagnes, blijft het waterverbruik in onze moderne wereld stijgen. Deze stijgingen worden natuurlijk niet alleen in de hand gewerkt door het huishoudelijk gebruik; ook in de landbouw en industrie steeg het verbruik in belangrijke mate.
De manier waarop men verbruikt en de grootte van het verbruik zijn hierbij direct afhankelijk van het peil van de economische ontwikkeling, het klimaat en de bevolkingsgrootte en ze verschillen dus van land tot land of van regio tot regio. Inwoners van het Afrikaanse continent besteden bijna 88 procent van hun watervoorraden aan irrigatie in de landbouw, terwijl Europeanen de helft van het beschikbare water reserveren voor industriële toepassingen en de productie van hydro-elektriciteit. In België bedraagt dit gedeelte bijna 85 procent van de totale waterproductie. Hier kan dus veel water bespaard worden door het aanpassen van de technologische processen en een eventueel hergebruik van proceswater.
Tevens zijn de verschillen in huishoudelijk verbruik enorm. In de Verenigde Staten is het gemiddeld verbruik per persoon per dag 700 liter; in Senegal is dit 29 liter. Een onevenwicht dat in onze huidige maatschappij niet meer te verdedigen valt, maar een globalisering tezelfdertijd ernstig bemoeilijkt. 1,8 tot 2 miljard mensen beschikken niet over zuiver water, terwijl er in de staat Californië (25 miljoen inwoners) alleen al 600.000 zwembaden zijn.
Water voor iedereen ?
Zoals blijkt uit het voorafgaande, zijn dringend structurele maatregelen nodig om de watervoorziening op wereldvlak veilig te stellen voor de toekomst. Doorheen de poginge